Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (1) 1 (6) 2 (4) 3 (1) 4 (1) A (1691) B (591) C (1029) D (721) E (441) F (572) G (358) H (941) I (1639) J (101) K (65) L (429) M (582) N (297) O (316) P (719) Q (27) R (442) S (1468) T (6379) U (130) V (105) W (998) X (4) Y (322) Z (10)
English Dutch Recording Learn
-ing (indicates continuous tense) aan het
I accelerate and stay in the left lane. Ik versnel en blijf in de linkerrijstrook rijden.
I accept Ik accepteer
I accept the Terms of Sale. Ik aanvaard de Verkoopsvoorwaarden.
I adore you. Ik aanbid u.
I advised her against walking alone in the park at night. Ik heb haar afgeraden om alleen ’s nachts door het park te wandelen.
I agree with the author’s position. Ik ben het eens met de stelling van de auteur.
I almost died. Ik stierf bijna.
I almost forgot. Ik ben het bijna vergeten.
I almost tripped. Ik ben bijna gestruikeld.
I already know the answer. Ik weet het antwoord al.
I already ordered. Ik heb al besteld.
I also need to study for the exam. Ik moet eveneens studeren voor het examen.
I also read books. Ik lees ook boeken.
I am ik ben
I am 19 years old. Ik ben negentien jaar oud.
I am a British citizen. Ik ben een Brits staatsburger.
I am a Canadian citizen. Ik ben een Canadees staatsburger.
I am a citizen from the United States. Ik ben een burger uit de Verenigde Staten.
I am a cook. Ik ben een kok.
I am a doctor. Ik ben dokter.
I am accustomed to cold weather. Ik ben gewend aan een koud klimaat.
I am allergic to pollen. Ik ben allergisch voor stuifmeel.
I am an American citizen. Ik ben een Amerikaans staatsburger.
I am an Australian citizen. Ik ben een Australisch staatsburger.
I am an English teacher. Ik ben leerkracht engels.
I am annoying. Ik ben vervelend.
I am awaiting an agreement. Ik wacht op een overeenkomst.
I am back home. Ik ben terug thuis.
I am cold. Ik heb het koud.
I am completely dejected. Ik ben geheel terneergeslagen.
I am currently learning Esperanto. Tegenwoordig leer ik Esperanto.
I am diabetic. Ik heb diabetes.
I am divorced. Ik ben gescheiden.
I am eating a steak in a luxury restaurant. Ik eet een biefstuk in een luxe restaurant.
I am eating my apple. Ik eet mijn appel.