Understand spoken Dutch

Nouns Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
Mary is expecting a girl. Maria is in verwachting van een dochter.
My foot is so fat that it no longer fits in my shoe. Mijn voet is zo dik dat hij niet meer in mijn schoen past.
and, see, she has a red patch on her leg en, zie je wel, zij heeft een rood lapje om haar poot
and the smallest shouted: “there is a new swan!” en het kleinste riep: «Daar is een nieuwe zwaan!»
They think maybe Tom had a heart attack. Ze denken dat Tom misschien een hartaanval had.
Are there any tourists here this evening, by any chance? Zijn er hier vanavond toevallig toeristen?
Yanni found a dead body near the lake. Yanni vond een dood lichaam dichtbij het meer.
a weapon of war een oorlogswapen
at home I still have a postcard thuis heb ik nog een ansichtkaart
Tom went to church with his parents every Sunday. Tom ging iedere zondag met zijn ouders naar de kerk.
an eagle feather een adelaarsveer
In the majority of states here, the laws are not that strict. In de meeste staten hier, zijn de wetten niet zo streng.
The students were treated strictly by the teacher. De leerlingen werden streng bejegend door de leraar.
Can we sit in a non-smoking area? Kunnen we in een rookvrije ruimte zitten?
Mary became pregnant. Maria raakte in verwachting.
That’s your responsibility. Dat is jouw verantwoordelijkheid.
It’s your responsibility. Het is jouw verantwoordelijkheid.
Yanni has no time to waste. Yanni heeft geen tijd te verliezen.
a very strong field of participants een zeer sterk deelnemersveld
He bears the responsibility. Hij draagt de verantwoordelijkheid.